tegel-algemeen-1.png

Sector

  • Vve
  • Po

Vakinhoud

  • Jonge kind

Trefwoorden

  • Lexicon

Zelfstandig werken

13-8-2015
Zelfstandig werken is zowel een middel om gedifferentieerd onderwijs te realiseren als doel op zichzelf dat leerlingen meer verantwoordelijkheid geeft over hun eigen leerproces en minder afhankelijk maakt van de leerkracht. De hulp van de leerkracht raakt op de achtergrond en de leerling vindt zelf oplossingen voor zijn problemen. De leerling moet een gevoel van competentie en autonomie krijgen.


Afgeleide begrip(pen)


Autonomie:  Dit is het hoogste en meest abstracte niveau van zelfstandigheid. Op dit niveau bepaalt iedere leerling uiteindelijk hoe hij zijn leven richting wil geven en welke beslissingen hij daarbij neemt. Het betekent dat de autonome leerling rekening houdt met zijn omgeving (vrijheid in gebondenheid). We starten in groep 1 vanuit zelfredzaamheid. Daarna leren onze leerlingen omgaan met uitgestelde aandacht. Een leerkracht is niet altijd beschikbaar. Vervolgens investeren wij in zelfstandig verwerken, dan volgt de fase van zelfstandig werken, zelfstandigheid en tenslotte streven wij naar autonomie (groep 8).

 

Voorbeeld(en)


Zelfstandig werken is een onderdeel van klassenmanagement. Kenmerken van zelfstandig werken zijn onder andere; dat leerlingen werken en spelen zonder directe begeleiding van de leerkracht en de leerkracht geeft dus geen directe hulp.

In de groepen 1/2 wordt de basis gelegd voor het zelfstandig werken. De kinderen leren tijdens de werkles en het spelen al om te gaan met uitgestelde aandacht. Met behulp van een teken (stoplicht, beer op de stoel o.i.d. ) geven de leerkrachten aan dat zij voor een bepaalde tijd niet beschikbaar zijn. Zij gaan dan bijvoorbeeld met een groepje kinderen in de kleine kring of in een bepaalde hoek of aan een tafel met een groepje kinderen aan het werk.


Zelfstandigheid wordt versterkt door de mogelijkheid zelf activiteiten te kiezen via het planbord. Er is ruimte voor de leerkracht om bepaalde activiteiten voor verschillende kinderen in te plannen, maar ook een grote vrijheid voor de kinderen om zelf te kiezen en te plannen (weektaak). Dit vergroot het gevoel van autonomie en competentie. Uiteraard is de relatie tot de leerkracht belangrijk en aanwezig in de vorm van ondersteuning, uitdaging en vertrouwen.

 

Rol van de kinderen: 

  • De kinderen kunnen omgaan met uitgestelde aandacht.
  • De kinderen bereiden zelfstandig een taak voor, voeren die uit en evalueren die, zonder directe hulp van de leerkracht.
  • Ze dragen verantwoordelijkheid.
  • Ze denken na over gedrag en werk(houding).
  • Ze kiezen zelf wat ze gaan leren.
  • Waar mogelijk kiezen ze met wie ze leren en krijgen de gelegenheid elkaar te helpen. 
  • Ze nemen zelf initiatieven.
  • Ze leren plannen.
  • Ze kunnen omgaan met afspraken en regels.
  • Ze gaan voorzichtig met spullen om.
  • Ze leren elkaar hulp te vragen, hulp te bieden, hulp te accepteren en rekening te houden met elkaar.

Literatuur

  • Onderzoek Oberon (februari, 2013). Opbrengstgericht werken bij kleuters. Utrecht: Oberon.
  • Broek, A. van den (oktober, 2009). Kleuters kiezen. Egoscoop, p. 18-20.
  • Bongaards, B. en Sas, J. (2005). Vakbekwaam onderwijzen. Groningen: Wolters-Noordhoff.

Contactpersoon