Diagnostisch gesprek

1-3-2016
Diagnose betekent: ‘kennis, oordeel, het nauwkeurig leren kennen’.
Diagnosticeren is de kunst, techniek of handeling om een oorzaak te vinden van een gevolg aan de hand van de optredende verschijnselen.
Gesprek betekent: mondelinge communicatie tussen tenminste twee personen.
Een diagnostische gesprek betekent: mondelinge communicatie tussen tenminste twee personen om een oorzaak te vinden van een gevolg aan de hand van optredende verschijnselen.

Een diagnostisch gesprek met een (jong) kind betekent: een (mondelinge) communicatie tussen meestal een volwassene en een kind om een oorzaak te vinden van een gevolg aan de hand van de optredende verschijnselen  met als doel dat de volwassene ‘iets’ van het kind nauwkeuriger leert kennen en waarbij het kind (op een respectvolle wijze) verder in de ontwikkeling geholpen, ondersteunt wordt. Een diagnostisch gesprek vult  verzamelde gegevens middels observatie, kijkwijzers, toetsen  ed aan.

Een diagnostisch gesprek bij een (jong) kind gaat over (bron: teamonderwijs.nl):
• wat het kind moeilijk vindt; wat het kind goed vindt gaan;
• wat het kind fijn en uitdagend vindt om te doen;
• hoe het kind bepaalde opdrachten aanpakt; welke strategie het toepast;
• hoe het kind het onderwijs in een vak beleeft en zijn/haar resultaten;
• wat het kind motiveert;
• waar het kind hulp en begeleiding bij wil.

Anders verwoord: Het diagnostisch gesprek gaat  over: Hoe komt het kind ertoe? Op welke manier? Hoe denkt en/of beleeft het kind? Waarom doet het kind dit  zo? Als je weet hoe een kind denkt/voelt en/of de wereld beleeft, kan je het kind verder helpen.

Opzet
Bij het (jonge) kind kan  het gesprek  middels woorden plaatsvinden maar ook  tekenen, spel, en andere activiteiten.
Bij het (jonge) kind dient men rekening te houden met: het algehele ontwikkelingsniveau, taal, belevingswereld, aandachtsspanne, oog hoogte, oogcontact, non verbale communicatie, lichaamstaal, waar het gesprek plaats vindt, open houding van de volwassene.

Opbouw
Het voorbereiden een diagnostisch gesprek:
- Wat is het doel van het gesprek?
- Wanneer plan je het gesprek?
- Hoe introduceer je het gesprek?
- Welke vragen wil je aan het kind stellen? Zo concreet / open mogelijk.

Afgeleide begrip(pen)

 

Voorbeeld(en)

koppeling met groepsplan
Een diagnostisch gesprek maakt de onderwijsbehoeften van een (jong) kind zichtbaar. Kinderen met gelijke onderwijsbehoeften worden  in een groepsplan geclusterd opdat zij van en met elkaar, geleid door de leerkracht,  leren.

• Een ouder vertelt dat het kind thuis veel mooier tekent. In de klas ‘krast’ het kind. Middels een diagnostisch gesprek kan de leerkracht er bijvoorbeeld achter komen dat het kind de​ norm van de klas over heeft genomen: kleuters van 4 krassen, dus ik ook.
• 2 kinderen plagen elkaar dagelijks bij het buitenspelen. Middels gesprek met beide kinderen komt de leerkracht  achter de reden: de spelideeën komen niet overeen, ze hebben hulp nodig dit te leren afstemmen.


Literatuur

  • Delfos, M. (2010). Luister je wel naar mijj? gespreksvoering met kinderen tussen de vier en twaalf jaar . Amsterdam: SWP.
  • Mol, I. (2010). Wat zeg je? De taal van het lichaam bij de verzorging van kinderen. Amsterdam: Elsevier gezondheidszorg.
  • Smit, A. (2013). Luister en zie mij. Stappenplan voor het voeren van een diagnostisch gesprek met  (hoog)begaafde leerlingen. Kolham: Leuker.nu
  • http://www.teamonderwijs.nl/download/content/Gesprekken_met_kinderen.pdf. Opgehaald 15-12-2013