Lexicon Jonge kind

23-1-2017

​B

Beredeneerd aanbod

Een thematisch onderwijsaanbod (al dan niet gebruik makend van een kleuterprogramma) van betekenisvolle samenhangende activiteiten, op basis van vooraf vastgestelde leer- en ontwikkelingsdoelen.

D

Diagnostisch gesprek

Een diagnostische gesprek betekent: mondelinge communicatie tussen tenminste twee personen om een oorzaak te vinden van een gevolg aan de hand van optredende verschijnselen.

Differentiatie

Differentiatie is het nemen van maatregelen waarmee de pedagogisch medewerker of leerkracht tegemoet komt aan de verschillen tussen leerlingen.

Doelen

Dat wat men met een activiteit nastreeft om te bereiken en te leren. In een doel zit een concreet waarneembaar element. Het geeft aan wat er is veranderd in het gedrag, de houding of de kennis van het kind.

E

Executieve functies

Executieve functies zijn hogere cognitieve processen die nodig zijn om activiteiten te plannen en te sturen.

G

Groepsadministratie

De leraren administreren alle beschikbare gegevens en resultaten op groepsniveau op een overzichtelijke en overdraagbare wijze.

Groepsorganisatie

Groepsorganisatie of klassenmanagement omvat alle maatregelen die een leerkracht neemt om een klimaat te scheppen waarin de kinderen kunnen spelen, leren en werken.

Groepsplan

Een beschrijving van de doelen en het gedifferentieerde onderwijsaanbod voor een bepaalde periode.

I

Instructie

Instructie zorgt ervoor dat kleuters weten wat het doel is van hun activiteit, wat ze gaan leren, gaan doen en hoe ze de activiteit moeten aanpakken.

J

Jonge risico kind

Kinderen tussen 3 en 8 jaar met behoefte aan specifieke opvang gelet op begeleiding en instructie

K

Kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong

Kinderen die in ontwikkeling vooruitlopen op hun leeftijdgenoten, worden ‘kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong’ genoemd.

M

Management van tijd

Het organiseren van tijd, specifiek de effectieve leertijd, naar de behoefte(n) van alle kinderen.
          

Monitoren

Inzicht hebben in de ontwikkeling van kinderen.
           

Motorische ontwikkeling

Het kind leert zich bewegen, handelen, het eigen lichaam beheersen en grenzen kennen. Een deel ontwikkelt zich autonoom, een deel van de motorische vaardigheden wordt (aan)geleerd.
          

O

Ontwikkelingslijnen

Elk kind ontwikkelt zich op verschillende ontwikkelingsgebieden. Mijlpalen binnen elk ontwikkelingsgebied worden weergegeven op een ontwikkelingslijn.
          

Opbrengstgericht werken

Het bewust, systematisch en cyclisch werken aan het verhogen van de opbrengsten: leerresultaten, sociaal-emotionele resultaten en tevredenheid van leerlingen, ouders en vervolgonderwijs.
          

Organisatiemodellen

Voor het onderwijs zijn verschillende modellen ontwikkeld waarin de rol van de leerkracht ten opzichte van de leerling beschreven wordt. De organisatiemodellen zijn in grote lijnen in twee groepen te verdelen.
Lees meer        


R

Rekenontwikkeling bij jonge kinderen

De rekenontwikkeling verloopt langs drie domeinen van rekeninhouden: Getalbegrip, Meten en Meetkunde. Deze verschillende (deel)domeinen komen soms specifiek, maar meestal in samenhang aan de orde.
          

Responsiviteit

Afgestemde houding die een onderwijsprofessional heeft naar kinderen.


S

Sociale-emotionele ontwikkeling

Het kind leert omgaan met zichzelf en de ander, het leert wat de eigen en andermans gevoelens zijn.

Spel en spelbegeleiding

Indien jonge kinderen niet vanzelfsprekend tot spel komen is het nodig om hen tijdelijk een vorm van spelbegeleiding te bieden met als doel henzelf weer de regie te geven over hun spelwereld.
          

Strategieën voor denken en leren

Een denk- en leerstrategie verwijst naar een aanpak om informatie, leerstof en/of gedachten te ordenen om zo het behalen van leerdoelen te vergemakkelijken.

T

Taalontwikkeling bij jonge kinderen

De taalontwikkeling is het proces dat kinderen doorlopen bij het leren van één of meerdere talen.
          

W

Warme overdracht

Wanneer een kind van de peuterspeelzaal of kinderopvang overgaat naar de basisschool, licht de pedagogisch medewerker de schriftelijke informatie over sommige kinderen mondeling toe in een gesprek met de leerkracht.
           

Z

Zelfredzaamheid

Vermogen om dagelijkse algemene levensverrichtingen zelfstandig te kunnen doen.
          

Zelfstandig werken

Zelfstandig werken is zowel een middel om gedifferentieerd onderwijs te realiseren als doel op zichzelf dat leerlingen meer verantwoordelijkheid geeft over hun eigen leerproces en minder afhankelijk maakt van de leerkracht.

Zone van naaste Ontwikkeling

In de Vygotskiaanse theorie wordt hiermee een activiteit bedoeld die zich tussen het niveau van de actuele ontwikkeling en de naaste of nabije ontwikkeling bevindt. Een activiteit die uitdagingen en kansen biedt om een kind verder te brengen.