tegel-algemeen-1.png

Kleuters en Engels

4-2-2019

Engels in het basisonderwijs

Sinds 1986 is Engels een verplicht vak in het basisonderwijs. Scholen bepalen zelf vanaf welke groep ze Engels aanbieden, het startmoment is niet wettelijk vastgelegd. In de praktijk zijn er verschillende varianten:

  • Engels in groep 7 en 8: Eibo (Engels in het basisonderwijs)
  • Engels vanaf groep 5: Vervroegd Eibo
  • Engels vanaf groep 1: vvto (vroeg vreemdetalenonderwijs
    waarbij tot 15 procent van de lestijd in het Engels wordt gegeven)
  • Engels vanaf groep 1: tpo (tweetalig primair onderwijs
    waarbij 30 tot 50 procent van de lestijd in het Engels is

Tpo (tweetalig primair onderwijs)

Voor tpo Engels beschreef SLO inhouden in inhoudsleerlijnen en werkte die verder uit in met aanbodsdoelen met voorbeeldactiviteiten. Op basis hiervan kan op school een beredeneerd aanbod concreter worden vormgeven, met bijvoorbeeld ruimte voor activiteiten, te gebruiken lesmateriaal en beoogd leerlinggedrag. Naast de aanbodsdoelen is er een voorbeeldmatige uitwerking in beoogd leerlinggedrag (beheersingsdoelen). Deze beheersingsdoelen zijn er voor groep 1 tot en met 8 bij de drie domeinen: mondelinge taalvaardigheid, lezen en schrijven. Voor spelling is een handreiking geschreven, die overigens ook goed bruikbaar is voor vvto.

Aanleiding

Sinds schooljaar 2014-2015 nemen negentien basisscholen deel aan de pilot 'tweetalig primair onderwijs' (tpo). Deze scholen krijgen hiermee de kans om in te spelen op de maatschappelijke wens, met name van ouders, om kinderen toe te rusten op een wereld die internationaler wordt.
De negentien pilotscholen verschillen onderling in grootte en in hun onderwijsaanpak. Ze passen wel allemaal immersieonderwijs toe, waarbij de nadruk ligt op begrip en communicatie. Daarnaast wordt van de pilotscholen verwacht dat het onderwijs aan de volgende drie kenmerken voldoet:
1.    Het Nederlands curriculum is leidend, het aanbod is dekkend voor de kerndoelen.
2.    Het percentage Engelstalige lessen en activiteiten bedraagt 30 tot 50% van de onderwijstijd.
3.    Er is veel aandacht voor internationaliseringsactiviteiten.