tegel-algemeen-1.png

Domein getalbegrip

12-2-2016

Omgaan met de telrij

Inhouden

  • Telwoorden kennen
  • Telrij opzeggen (akoestisch tellen)
  • Doortellen en terugtellen vanaf willekeurige getallen
  • Omgaan met begrippen rond de telrij: verder, door, terug, naast, tussenin, (er)voor, (er)na
  • Plaatsen van getallen op de getallenlijn of hokjeslijn
  • Vergelijken en ordenen van getallen in de telrij
  • Redeneren over de (getallen in de) telrij in eenvoudige en betekenisvolle probleemsituaties

Doelen

​Basisdoelen aan het eind van groep 2

​Uitleg bij de doelen

De leerling kan de telrij (akoestisch) opzeggen tot en met tenminste 20.

 

Bij het opzeggen van de telrij leren kinderen de vaste volgorde van de telwoorden. Hier gaat het er om dat ze de telrij zelf kunnen opzeggen tot en met tenminste 20 èn dat ze leren/weten dat er maar één goede, vaste volgorde is. Veel kinderen (eind groep 2) kunnen echter veel verder tellen dan 20.

Minimumdoel aan het eind van groep 2
De leerling kan de telrij (akoestisch) opzeggen tot en met tenminste 10.
De leerling kan vanuit verschillende getallen tot 20 verder tellen en kan vanuit getallen onder 10 terugtellen.Het gaat er om dat kinderen ook vanaf willekeurige getallen in de telrij kunnen doortellen en terugtellen zonder eerst helemaal opnieuw de telrij af te gaan. Bijvoorbeeld: na 'vijftien' komt 'zestien' en voor 'tien' komt 'negen'. Dit terugtellen vraagt speciale aandacht, omdat het niet vaak voorkomt zoals het verder tellen. Dit is een belangrijke vaardigheid voor het leren optellen en aftrekken (voorwaarde in groep 3).

Minimumdoel aan het eind van groep 2

De leerling kan vanuit verschillende getallen tot 10 verder tellen en kan vanaf getallen onder 6 terugtellen.

De leerling herkent en gebruikt rangtelwoorden tot en met tenminste 10.

Een rangtelwoord is een telwoord dat aangeeft welke plaats het aanduidt in een rij. Maar dan moet je wel het kenmerk van die rij weten. Kinderen moeten begrijpen wat bedoeld wordt met rangtelwoorden (niet de term zelf) en deze ook in contexten kunnen gebruiken. Bijvoorbeeld: als er enkele kinderen op een rij staan, dan is het kind vooraan in de rij 'het eerste' kind, het volgende kind is het 'tweede' kind, enzovoort. Maar het kan ook de volgorde zijn bij een voetbaltoernooi: Welke ploeg is eerste geworden? Of de volgorde van geboorte in een gezin: Ik ben het eerste kind van papa en mama.

Minimumdoel aan het eind van groep 2
De leerling herkent rangtelwoorden (eerste, tweede, derde) tot en met tenminste 6 (zesde).

De leerling kan omgaan met (de betekenis van) 'nul' in telrijsituaties.Kinderen komen het woord 'nul' af en toe tegen. Denk bijvoorbeeld aan scores (het is 1-0 bij de voetbalwedstrijd), leeftijden (onze baby is nog maar nul) en bij het terugtellen vanaf 10 naar nul: dan tel je … 3, 2, 1, 0. Maar het tellen begint nooit met nul, we beginnen altijd met 1. Als we terugtellen omdat er steeds iets weggehaald wordt, of je hebt al je boterhamstukjes op, zegt men ook 'nul'. Dan slaat het op een hoeveelheid die er niet (meer) is. Bij dit doel gaat het erom, dat kinderen in dergelijk situaties weten waar 'nul' op duidt en 'nul' ook correct gebruiken in die situaties.

Minimumdoel aan het eind van groep 2
De leerling weet wat met 'nul' bedoeld wordt.

De leerling kan redeneren over de telrij in eenvoudige en betekenisvolle probleem/conflictsituaties.Hier gaat het erom dat de kinderen wat ze leren bij het tellen in de telrij, kunnen toepassen in nieuwe situaties. Maar het gaat er ook om dat ze er over nadenken en op hun eigen niveau over kunnen praten en redeneren. Dan laten ze  ook zien of ze begrijpen wat de telrij inhoudt en waar ze deze voor gebruiken. Met het aanbieden van vragen uit het dagelijks leven en conflictjes waarover ze moeten nadenken, wordt het redeneren gestimuleerd.

Minimumdoel aan het eind van groep 2
De leerling kan redeneren over de telrij in eenvoudige en betekenisvolle probleem/conflictsituaties.